Oorzaken

Over de oorzaken van eetstoornissen is nog weinig bekend. Het is moeilijk te voorspellen of iemand gevoelig is voor het krijgen van een eetstoornis. Er zijn wel risicofactoren bekend. Zo staat bijvoorbeeld vast dat het gevoel van honger en verzadiging niet goed werkt bij mensen met een eetstoornis. Dat is een biologische factor. Deze rubriek biedt informatie over de factoren die een rol spelen bij het krijgen van een eetstoornis.

 

Biologische factoren

Neurobiologische mechanismen

Om te kunnen leven heeft het menselijk lichaam voedsel nodig. Het gevoel van honger geeft aan wanneer er voedsel nodig is en het gevoel van verzadiging geeft aan dat er voldoende gegeten is. Het lichaam wil altijd iets meer voedsel dan strikt noodzakelijk is voor 1 dag, om een reservevoorraad aan te leggen voor slechtere tijden. Dat komt omdat het lichaam is ingesteld op een langer leven dan die ene dag.

Gewichtstoename is vaak het gevolg van regelmatig iets te veel eten. Het lichaam waarschuwt hier dus niet voor, omdat het die reservevoorraad nodig heeft om te kunnen overleven in een periode van voedseltekorten. Gewichtsverlies wordt daarom alleen veroorzaakt door een ziekte of door wilskracht tijdens het lijnen. Als je een eetstoornis hebt is het honger- en verzadigingssysteem ontregeld.

Leptine

Leptine is een stof die een rol speelt bij het honger- en verzadigingssysteem. Bij langdurig tekort aan voedsel zorgt leptine ervoor dat het lichaam nog een poosje kan overleven door een aantal lichaamsprocessen op een laag pitje te zetten: de warmteproductie gaat achteruit, de hoeveelheid energie die het lichaam in rust verbruikt gaat omlaag en de menstruatie stopt.

Iemand met anorexia nervosa heeft vaak een extreem laag leptinegehalte in het bloed.

Genetische factoren

Uit meerdere tweeling- en adoptiestudies is gebleken dat genetische factoren een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van zowel anorexia als boulimia nervosa. Eetstoornissen komen vaker voor binnen bepaalde families.

Culturele factoren

Het slankheidsideaal

Vroeger vonden we mollige vrouwen mooi. Dat kun je zien op oude schilderijen. De laatste jaren is het ideale vrouwenlichaam juist heel dun. Dat zie je bijvoorbeeld bij fotomodellen. Tegelijkertijd worden mensen steeds groter en steviger. Om toch aan het slankheidsideaal te kunnen voldoen proberen veel meisjes en vrouwen af te vallen. De meeste mensen stoppen na een poosje met het lijnen, maar als je gevoelig bent voor een eetstoornis heb je moeite om het lijngedrag los te laten, en ga je steeds verder door met lijnen.

Verschillen

Eetstoornissen komen veel vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Misschien omdat het slankheidsideaal meer gericht is op vrouwen of omdat mannen minder moeite hebben om af te vallen dan vrouwen. Vrouwen hebben namelijk een lagere stofwisseling en ontwikkelen van nature meer vet. In de modellenwereld en in sport- en balletscholen komt het vaker dan gemiddeld voor dat mensen extreem lijnen. Dat komt waarschijnlijk omdat binnen die werelden de druk om dun te zijn heel hoog is.

Risico

Om gezond te blijven is het belangrijk om gezond te eten. Niet te veel en niet te vet, maar ook niet te weinig want dan roept je lichaam steeds vaker om eten en ben je op den duur in je hoofd steeds met eten bezig. Het is veel verstandiger om een eet- en beweegpatroon te ontwikkelen dat gezond, plezierig en lekker is en dat je heel lang kunt volhouden. Daarmee bereik je op een betere manier het gewicht dat bij jou past dan door sterk te gaan afvallen. Als je in korte tijd heel veel gewicht verliest is de kans groot dat je al snel na de lijnperiode weer op je oude gewicht terugkomt en zelfs gaat aankomen. Dat noemen we het jojo-effect. Extreem afvallen kan gevaarlijk omdat je daarmee het risico loopt om anorexia of boulimia nervosa te ontwikkelen.

Zelfvertrouwen

Als je graag meer zelfvertrouwen wilt hebben is het niet aan te raden om sterk aan de lijn te gaan doen, want in de regel krijg je daar alleen in het begin wat meer zelfvertrouwen van, maar later vermindert dit weer. Wat wel helpt is om assertiever te worden, beter voor jezelf op te komen en meer rekening te houden met je eigen gevoelens en die ook te leren uiten.

Gezinsfactoren

Als je een eetstoornis krijgt op jonge leeftijd is het zinvol om te kijken naar de manier waarop men binnen het gezin waarin je leeft met elkaar omgaat.
Sommige omgangsvormen kunnen de eetstoornis instandhouden of verergeren:

  • Conflicten tussen ouders over de opvoeding
  • Overbescherming en conflictvermijding door 1 van de ouders
  • Relationele conflicten tussen ouders
  • Een te hechte band tussen een ouder en de jongere met anorexia nervosa
  • Een vijandige of slechte sfeer binnen het gezin
  • Ontkenning van de eetstoornis door de ouders
  • Lijngedrag van de moeder
  • Nare gebeurtenissen
  • Seksueel misbruik.

Psychologische factoren

Er zijn 3 groepen te onderscheiden:

  1. Voorspellende factoren bepalen de gevoeligheid voor het krijgen van een eetstoornis.
  2. Uitlokkende factoren bepalen of de gevoeligheid zich op een bepaald moment omzet in een echte eetstoornis.
  3. Instandhoudende factoren bepalen of de eetstoornis blijft bestaan of verergert. 

 

Psychologische factoren bij anorexia nervosa

Voorspellende factoren

Het is waarschijnlijk dat een negatief zelfbeeld en perfectionisme belangrijke risicofactoren zijn voor het krijgen van anorexia nervosa. Dat geldt ook voor gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst, een negatieve beleving van je lichaam, conflictvermijding en als je moeite hebt met het verwerken van problemen en het uiten van gevoelens.

Waar anderen kunnen stoppen met lijnen, zal iemand die gevoelig is voor anorexia nervosa langdurig doorgaan met een extreem dieet.

Uitlokkende factoren

Stress kan een uitlokkende factor zijn. Typische stressopwekkende gebeurtenissen zijn:
  • Beledigende opmerkingen over het uiterlijk
  • Mislukken op school
  • Verhuizingen
  • Echtscheiding
  • Negatief beleefde lichaamsontwikkeling in de pubertijd
  • Persoonlijke problemen.

Het is meestal niet de gebeurtenis zelf die anorexia nervosa uitlokt, maar de manier waarop je ermee omgaat. Iemand met anorexia nervosa heeft vaak moeite met het hanteren van stress en gaat problemen liever uit de weg door te gaan lijnen.

Instandhoudende factoren

De positieve betekenis die je ten onrechte aan anorexia nervosa kunt geven, kan de ziekte instandhouden zoals:
  • Controle over anderen
  • Afwezigheid van seksuele gevoelens
  • Opvallen door slankheid
  • Morele verhevenheid
  • Het niet meer menstrueren
  • Controle
  • Aantrekkelijkheid en beter zijn dan anderen.

Belemmerend voor het herstel zijn ook de vertekende waarneming van je eigen lichaam, het niet ziek voelen, het verkeerd begrijpen van lichamelijke sensaties en emoties, en onrealistische gedachten over jezelf en je omgeving.

Als je een negatief zelfbeeld hebt en tegelijkertijd heel perfectionistisch bent kan het extreme lijnen je een gevoel van zelfcontrole en zelfwaardering geven. Maar als je uitgehongerd bent vermindert je concentratie en heb je eerder het gevoel verzadigd te zijn waardoor je denkt dat je nog meer moet lijnen. Op die manier blijft de ziekte voortbestaan. Door anorexia nervosa kun je angstig en depressief worden. Dat belemmert het herstel

Psychologische factoren bij boulimia nervosa

Voorspellende factoren

Kinderen van zware ouders of kinderen die in hun jeugd zwaar zijn geweest en daar negatief commentaar op hebben gekregen lopen waarschijnlijk meer risico op het krijgen van boulimia nervosa. Ook impulsiviteit, overgewicht, depressie en andere psychiatrische factoren kunnen zorgen voor een verhoogde gevoeligheid voor boulimia nervosa. Als je anorexia nervosa hebt of hebt gehad is er ook een verhoogd risico op boulimia nervosa.

Uitlokkende factoren

Uitlokkend zijn vooral weinig eten en sterke negatieve emoties zoals eenzaam voelen, leeg voelen, angst, boosheid, verveling en depressiviteit.

Daarnaast kunnen ook lichamelijke verschijnselen zoals honger, uithongering en eetdrang, eetbuien bewerkstelligen evenals negatieve ervaringen in de omgang met anderen.

Het ervaren van veel stress, bijvoorbeeld als je op kamers gaat wonen, werkt ook uitlokkend. Dit komt omdat iemand met boulimia nervosa geneigd is zichzelf de schuld te geven van problemen.

Instandhoudende factoren

De combinatie van lage zelfwaardering, piekeren over je gewicht en lichaam, extreem lijnen, eetbuien, braken, laxeermiddelen gebruiken of overmatig bewegen, heeft een negatief effect op de ziekte.Door boulimia nervosa kun je angstig en depressief worden. Dat belemmert het herstel.

Psychologische factoren bij eetbuistoornis

Voorspellende factoren

Op dieet gaan bij een hoog risico voor vetzucht en een psychiatrische stoornis, verhogen de kans op het krijgen van een eetbuistoornis. Ook negatieve ervaringen in de kindertijd, gevoeligheid voor overgewicht en herhaalde negatieve opmerkingen over je figuur, gewicht en voedselgebruik, kunnen een verhoogd risico voor een eetbuistoornis geven.

Iemand die vaak moeite heeft assertief te zijn of heel impulsief is, heeft waarschijnlijk een hoger risico op het krijgen van een eetbuistoornis.

Uitlokkende factoren

Als je eenmaal gevoelig bent voor een eetbuistoornis kunnen vooral negatieve emoties eetbuien uitlokken zoals eenzaam voelen, angst, boosheid, verveling en depressiviteit.

Ook verstoring van het eetpatroon in een poging te lijnen, negatieve ervaringen in de omgang met anderen en stress, kunnen leiden tot intense eetdrang en dus tot eetbuien.

Instandhoudende factoren

De eetbuien, het verstoorde verzadigingsgevoel, negatieve stemmingen, daling van zelfwaardering en lichamelijke problemen (zoals overgewicht, suikerziekte en hoge bloeddruk) versterken elkaar en houden de eetstoornis in stand. Naast de lage zelfwaardering speelt ook de wens om gewicht te verliezen en het piekeren over je lichaamsvormen een belangrijke rol bij de instandhouding van de ziekte.

Als je je lichaam alleen maar waardeert in termen van lichaamsgewicht ontstaat de behoefte om minder te eten. Maar de neiging te veel te eten hangt nauw samen met de bedoeling om minder te eten.

Overgewicht kan het psychisch functioneren ontregelen door bijvoorbeeld sociaal isolement, je minderwaardig voelen en geobsedeerd raken door je figuur. Dit alles kan je stemming sterk beïnvloeden en eetbuien uitlokken.